Mozaïek

Spaans

Spaans of Castiliaans is een Romaanse taal en is een van de meest gesproken talen ter wereld. Voor 329 miljoen mensen is Spaans de moedertaal, terwijl nog eens 170 miljoen Spaans als tweede taal spreken. De historische oorsprong van de taal ligt in Spanje maar de meeste sprekers kunnen tegenwoordig gevonden worden in Zuid-Amerika.

Uitspraak

De g wordt uitgesproken als in “geit” (harde “g”) als deze gevolgd wordt door een e of een i.

De g wordt uitgesproken zoals in “goal” (zachte “g”) in de volgende combinaties: ga, gue, gui, go en gu.

De c en z worden uitgesproken als een s. In de combinaties za-ce-ce-zo-zu worden ze uitgesproken als de Engelse th zoals in “think”

De c wordt als een k uitgesproken in de volgende combinaties: ca, co en cu.

De q wordt als een k uitgesproken in de volgende combinaties: que en qui. Dus que wordt uitgesproken als ke. De u wordt in deze gevallen niet uitgesproken.

De j wordt uitgesproken als de Nederlandse g-klank in bijvoorbeeld dragen.

De b en de v worden hetzelfde uitgesproken en worden aan het begin van een woord en na een medeklinker uitgesproken als de Nederlandse b, bijvoorbeeld Barcelona. In andere gevallen worden ze veel zachter uitgesproken bijvoorbeeld in uva (druif).

De d wordt ongeveer als de Nederlandse d uitgesproken. Tussen twee klinkers wordt de d zwakker uitgesproken en aan het einde van een woord zo zwak dat hij bijna niet te horen is.

De ch is in het Spaans één letter en wordt uitgesproken als ch in het engelse catch. Bijvoorbeeld Chile (Het land Chili).

De h wordt niet uitgesproken. Bijvoorbeeld hola (hallo) wordt uitgesproken als ola.

De k wordt bijna niet gebruikt. Komt alleen voor bij woorden die uit het Engels of een andere taal komen.

De l wordt uitgesproken als een l maar met de tong tegen de voortanden.

De ll wordt uitgesproken als lj. Bijvoorbeeld paella wordt uitgesproken als “paelja”.

De n wordt uitgesproken als een Nederlandse n behalve voor een b of een v. Dan wordt de het als een m uitgesproken. De n wordt niet uitgesproken als hij vóór een m staat.

De ñ wordt uitgesproken als een nj, bijvoorbeeld España (Spanje in het Spaans).

De r wordt uitgesproken als een r, rollend met de tong voor in de mond.

De s wordt scherp uitgesproken als een r, rollend met de tong voor in de mond.

De w wordt uitgesproken als een w. Deze letter komt alleen voor in woorden die uit het engels of een andere taal komen.

De x wordt uitgesproken als ks of als s, bijvoorbeeld in extranjero (buitenlander). Soms wordt de x als een g zoals in México.

De y wordt uitgesproken als een Nederlandse j behalve als een een woord is. y als woord betekent “en”.

De uitspraak van de klinkers a, e en o ligt een beetje tussen de lange en de korte Nederlandse klinker in. Dus bijvoorbeeld de a wordt niet uitgesproken als de Nederlandse “a” maar ook niet als “aa”, maar er tussen in.

De i wordt uitgesproken als de Nederlandse ie zoals in biet.

De u wordt uitgesproken als het Nederlandse oe zoals in moet. De u wordt niet uitgesproken in de combinaties: que, qui.

Basiswoorden

Hallo (informeel)
Hola (OH-lah)
Fijne dag
Que pase un buen día (keh PAH-seh un BWEHN DEE-ah)
Hoe gaat het? (informeel)
¿Cómo estás? (KOH-moh ehs-TAHS?)
Hoe gaat het? (formeel)
¿Cómo está usted? (KOH-moh ehs-TAH oos-TEHD?)
Goed, dank u
Muy bien, gracias. (MOO-ee byehn, GRAH-syahs)
Hoe heet je?
¿Cómo te llamas? (KOH-moh TAY YAH-mahs?)
Hoe heet u?
¿Cómo se llama usted? (KOH-moh SAY YAH-mah oos-TEHD?)
Mijn naam is …
Me llamo … (MEH YAH-moh …)
Ik ben …
Yo soy … (YOH SOY …)
Leuk je te ontmoeten
Encantado/a (ehn-kahn-TAH-doh/ehn-kahn-TAH-dah)
Aangename kennismaking
Mucho gusto. (MOO-choh GOOS-toh)
Alstublieft
Por favor (POHR fah-BOHR)
Dank u
Gracias (GRAH-syahs)
Graag gedaan
De nada (DAY NAH-dah)
Ja
(SEE)
Nee
No (NOH)
Pardon (aandacht)
Disculpe (dees-KOOL-peh)
Pardon (sorry)
Perdone (pehr-DOHN-eh)
Pardon (mag ik er even door?)
Permiso (pehr-MEE-so)
Het spijt me
Lo siento (LOH SYEHN-toh)
Tot ziens
Adiós (ah-DYOHS)
Hasta luego (AHS-tah LWEH-goh)
Ik spreek een beetje Spaans
Hablo un poco español. (ah-BLOH oon POH-koh eha-pah-NYOHL)
Ik spreek geen Spaans
No hablo español (noh AH-bloh ehs-pah-NYOL)
Spreekt u Engels?
¿Habla usted inglés? (AH-blah oos-TEHD een-GLEHS?)
Is hier iemand die Engels spreekt?
¿Hay alguien que hable inglés? (ai ahl-GYEHN keh AH-bleh een-GLEHS?)
Help!
¡Ayuda! (ah-YOO-dah!)
¡Socorro! (soh-KOHR-roh!)
Goedemorgen
Buenos días (BWEH-nohs DEE-ahs)
Goedemiddag/ Goedenavond
Buenas tardes (BWEH-nahs TAR-dehs)
Goedenavond, Goedenacht
Buenas noches (BWEH-nahs NOH-chehs)
Ik begrijp het niet
No entiendo (NOH ehn-TYEHN-doh)
Kunt u iets langzamer praten?
¿Podría usted hablar más despacio por favor? (poh-DREE-ah oos-TEHD ah-BLAHR MAHS dehs-PAH-syoh pohr fah-BOHR?)
Wilt u het nog eens herhalen?
¿Podría usted repetirlo por favor? (poh-DREE-ah oos-TEHD reh-peh-TEER-loh pohr fah-BOHR?)
Waar is het toilet?
¿Dónde está el baño? (DOHN-deh ehss-TAH EHL BAH-nyoh?)
¿Dónde están los aseos? (DOHN-deh ehs-TAHN lohs ah-SEH-ohs)

Borden

Open
Abierto (ah-bee-AIR-toh)
Gesloten
Cerrado (sehr-RAH-doh)
Ingang
Entrada (ehn-TRAH-dah)
Uitgang
Salida (sah-LEE-dah)
Duwen
Empuje (ehm-POO-heh)
Trekken
Tira/Jala (TEE-rah/HAH-lah)
Toilet
Servicios (sehr-BEE-see-yohs), also S.H. or S.S.H.H. for Servicios Higiénicos
Heren, mannen
Hombres (OHM-brays)/ Caballeros
Dames, vrouwen
Mujeres (moo-HEH-rehs) / Señoras
Niet roken
No fumar/fume (noh foo-MAHR/FOO-may)
Verboden
Prohibido (pro-hee-BEE-doh)

Cijfers

0
cero (SEH-roh)
1
uno (OO-noh)
2
dos (dohs)
3
tres (trehs)
4
cuatro (KWAH-troh)
5
cinco (SEEN-koh)
6
seis (SEH_ees)
7
siete (see-EH-teh)
8
ocho (OH-choh)
9
nueve (noo-EH-beh)
10
diez (dee-EHS)
11
once (OHN-seh)
12
doce (DOH-seh)
13
trece (TREH-seh)
14
catorce (kah-TOHR-seh)
15
quince (KEEN-seh)
16
dieciséis (dee-EH-see-SEH-ees)
17
diecisiete (dee-EH-see-see-EH-teh)
18
dieciocho (dee-EH-see-OH-choh)
19
diecinueve (dee-EH-see-NOO-EH-beh)
20
veinte (VAIN-teh)
21
veintiuno (VAIN-tee-OO-noh)
22
veintidós (VAIN-tee-DOHS)
23
veintitrés (VAIN-tee-TREHS)
30
treinta (TRAIN-tah)
40
cuarenta (kwah-REHN-tah)
50
cincuenta (seen-KWEHN-tah)
60
sesenta (seh-SEHN-tah)
70
setenta (seh-TEHN-tah)
80
ochenta (oh-CHEHN-tah)
90
noventa (noh-BEHN-tah)
100
cien (see-EHN)
200
doscientos (dohs-see-EHN-tohs)
300
trescientos (trehs-see-EHN-tohs)
500
quinientos (kee-nee-EHN-tohs)
1,000
mil (MEEL)
2,000
dos mil (dohs MEEL)
1,000,000
un millón (oon mee-YOHN)
1,000,000,000
mil millones (meel mee-YOH-nehs) (Spanje/Mexico); un billón (oon bee-YOHN, Americas)
1,000,000,000,000
un billón (oon bee-YOHN) (Spanje/Mexico); un trillón (oon tree-YOHN, Americas)
half
medio (MEH-dyoh)
minder
menos (MEH-nohs)
meer
más (MAHS)

Tijd

nu
ahora (ah-OH-rah)
later
después (dehs-PWEHS)
voor
antes (AHN-tehs)
ochtend
mañana (mah-NYAH-nah)
middag
tarde (TAHR-deh)
nacht
noche (NOH-cheh)
één uur ’s nachts
la una de la madrugada (lah OOH-nah deh lah mah-droo-GAH-dah)
la una de la mañana (lah OOH-nah deh lah mah-NYAH-nah)
twee uur ’s nachts
las dos de la madrugada (lahs DOHS deh lah mah-droo-GAH-dah)
las dos de la mañana (lahss DOHS deh lah mah-NYAH-nah)
tien uur ’s morgens
las diez de la mañana (lahs dee-EHS deh lah mah-NYAH-nah)
twaalf uur ’s middags
mediodía (meh-dee-oh-DEE-ah)
las doce de la mañana (lahs DOH-seh deh lah mah-NYAH-nah)
één uur ’s middags
la una de la tarde (lah OOH-nah deh lah TAHR-deh)
twee uur ’s middags
las dos de la tarde (lahs DOHS deh lah TAHR-deh)
tien uur ’s avonds
las diez de la noche (lahs dee-EHS deh lah NOH-cheh)
middernacht
medianoche (meh-dee-yah-NOH-cheh)
las doce de la noche (lahs DOH-seh deh lah NOH-cheh)
… minuut/ minuten
… minuto(s) (mee-NOO-toh(s))
… uur
… hora(s) (OH-rah(s))
… dag/ dagen
… día(s) (DEE-ah(s))
… week/ weken
… semana(s) (seh-MAH-nah(s))
… maand(en)
… mes(es) (MEHS-(ehs))
… jaar
… año(s) (AH-nyoh(s))
vandaag
hoy (oy)
gisteren
ayer (ah-YEHR)
morgen
mañana (mah-NYAH-nah)
deze week
esta semana (EHS-tah seh-MAH-nah)
vorige week
la semana pasada (lah seh-MAH-nah pah-SAH-dah)
volgende week
la semana que viene (lah seh-MAH-nah keh BYEH-neh)
maandag
lunes (LOO-nehs)
dinsdag
martes (MAHR-tehs)
woensdag
miércoles (MYEHR-koh-lehs)
donderdag
jueves (WEH-vehs)
vrijdag
viernes (VYEHR-nehs)
zaterdag
sábado (SAH-bah-doh)
zondag
domingo (doh-MEENG-goh)
januari
enero (eh-NEH-roh)
februari
febrero (feh-BREH-roh)
maart
marzo (MAR-soh)
april
abril (ah-BREEL)
mei
mayo (MAH-joh)
juni
junio (HOO-nyoh)
juli
julio (HOO-lyoh)
augustus
agosto (ah-GOHS-toh)
september
septiembre (sehp-TYEHM-breh)
oktober
octubre (ohk-TOO-breh)
november
noviembre (noh-VYEHM-breh)
december
diciembre (dee-SYEHM-breh)
lente
primavera (pri-ma-VEH-rah)
zomer
verano (VEH-ra-no)
herfst
otoño (OH-to-NYO)
winter
invierno (in-VYEH-no)

Kleur

zwart
negro (NEH-groh)
wit
blanco (BLAHN-koh)
grijs
gris (GREES)
rood
rojo (ROH-hoh)
blauw
azul (ah-SOOL)
geel
amarillo (ah-mah-REE-yoh)
groen
verde (BEHR-deh)
oranje
naranja (nah-RAHN-hah)
anaranjado (ah-nah-rahn-HA-doh)
paars
púrpura (POOR-poo-rah)
morado (moh-RAH-doh)
violeta (vee-oh-LEH-tah)
roze
rosa (ROH-sah)
bruin
marrón (mahr-ROHN) (objecten)
café (kah-FEH) (huidskleur, kleding en stoffen)
castaño (kahs-TAH-nyoh) (huidskleur, kleur van de ogen en haar)

Uit eten

bord
plato (PLAH-toh)
schaal
tazón/cuenco (tah-SOHN/KWEHN-koh)
lepel
cuchara (koo-CHAH-rah)
vork
tenedor (teh-NEH-dohr)
mes
cuchillo (koo-CHEE-yoh)
glas
vaso/copa (BAH-soh/KOH-pah)
kop/ mok
taza (TAH-sah)
schotel
platillo (plah-TEE-yoh)
servet
servilleta (sehr-bee-YEH-tah)
Een tafel voor twee alstublieft.
Una mesa para una persona/dos personas, por favor. (OO-nah MEH-sah pah-rah OO-nah pehr-SOH-nah / dohs pehr-SOH-nahs pohr fah-BOHR)
Mag ik de kaart zien, alstublieft?
¿Puedo ver el menú, por favor? (PWEH-doh behr ehl meh-NOO pohr fah-BOHR?)
Is er een specialiteit van het huis?
¿Hay alguna especialidad de la casa? (ay ahl-GOO-nah ehs-peh-syah-lee-DAHD deh lah KAH-sah?)
Is er een streekgerecht?
¿Hay alguna especialidad regional/de la zona? (ay ahl-GOO-nah ehs-peh-syah-lee-DAHD reh-hyoh-NAHL/deh lah SOH-nah?)
Ik ben vegetariër.
Soy vegetariano/-na. (soy beh-heh-tah-RYAH-noh/-nah)
Ik eet geen varkensvlees.
No como cerdo. (noh KOH-moh SEHR-doh)
Ik eet alleen koosjer.
Sólo como comida kosher. (SOH-loh KOH-moh koh-MEE-dah koh-SHEHR)
Kan het ‘light’ gemaakt worden alstublieft? (minder olie/boter/vet)
¿Puede poner poco aceite/poca mantequilla/poca grasa/manteca? (PWEH-deh poh-NEHR POH-koh ah-SAY-teh/POH-kah mahn-teh-KEE-yah/POH-kah GRAH-sah/mahn-TEH-kah?)
à la carte
a la carta (ah lah KAHR-tah)
ontbijt
desayuno (deh-sah-YOO-noh)
lunch
comida (koh-MEE-dah) (Spanje, Mexico)
almuerzo (ahl-MWEHR-soh) (Zuid Amerika)
diner
cena (SEH-nah)
snack
bocado (boh-KAH-doh)
Ik wil graag …
Quiero … (KYEH-roh)
Ik wil graag een … maaltijd
Quisiera un plato que lleve … (kee-SYEH-rah oon PLAH-toh keh YEH-beh)
kip
pollo (POH-yoh)
rundvlees
ternera (tehr-NEH-rah)
vacuno (bah-KOO-noh)
res (rehss)
vis
pescado (pehs-KAH-doh)
ham
jamón (hah-MOHN)
worst
salchicha (sahl-CHEE-chah)
vienesa (byeh-NEH-sah)
kaas
queso (KEH-soh)
eieren
huevos (oo-WEH-bohs)
salade
ensalada (ehn-sah-LAH-dah)
(verse) groente
verduras (frescas) (behr-DOO-rahs (FREHS-kahs))
(vers) fruit
fruta (fresca) (FROO-tah (FREHS-kah))
brood
pan (pahn)
toast
tostada (tohs-TAH-dah)
noodles
fideos (FEE-deh-ohs)
rijst
arroz (ahr-ROHS)
bonen
frijoles (free-HOH-lehs)
habichuelas (ah-bee-CHWEH-lahs)
Mag ik een glas …?
¿Me puede poner/traer un vaso de …? (meh PWEH-deh poh-NEHR/trah-EHR oon BAH-soh deh?)
Mag ik een kopje …?
¿Me puede poner/traer una taza de …? (meh PWEH-deh poh-NEHR/trah-EHR OO-nah TAH-sah deh?)
Mag ik een fles …?
¿Me puede poner/traer una botella de …? (meh PWEH-deh poh-NEHR/trah-EHR OO-nah boh-TEH-yah deh?)
koffie
café (kah-FEH)
thee
(TEH)
sap
zumo (THOO-mo) (Spanje)
jugo (HOO-goh) (Zuid Amerika)
water
agua (AH-gwah)
mineraalwater met koolzuur
agua con gas (AH-gwah kohn gahs)
mineraalwater
agua mineral (AH-gwah mee-neh-RAHL)
bier
cerveza (sehr-VAY-sah)
rode/ witte wine
vino tinto/blanco (BEE-noh TEEN-toh/BLAHN-koh)
Mag ik wat …?
¿Me puede dar un poco de …? (meh PWEH-deh dahr oon POH-koh deh?)
zout
sal (sahl)
peper
pimienta (pee-MYEHN-tah)
boter
mantequilla (mahn-teh-KEE-yah)
manteca (mahn-TEH-kah) (Argentinië)
ober?
¡camarero! (kah-mah-REH-roh) (Spanje)
¡mesero! (meh-SEH-roh) (Latijns Amerika)
¡mozo! (MOH-zoh) (Argentinië)
Ik ben klaar
He terminé (heh ah-kah-BAH-doh, tehr-mee-NEH)
Het was heerlijk
Estaba delicioso/muy bueno/muy rico (ehs-TAH-bah deh-lee-SYOH-soh/MOO-ee BWEH-noh/MOO-ee REE-koh)
De rekening alstublieft
La cuenta, por favor (lah KWEHN-tah, pohr fah-BOHR)

Uitgaan

bar
barra (BAHR-rah)
tavern/pub
taberna (tah-BEHR-nah)
club
club (kloob)
Kan hier gedanst worden?
¿Podríamos bailar aquí? (poh-DREE-ah-mohs BAI-lahr ah-KEE?)
Wanneer sluit u?
¿A qué hora usted cierra? (ah KEH OH-rah oos-TEHD SYEHR-rah?)
Serveert u alcohol?
¿Sirve usted el alcohol? (SEER-beh oos-TEHD ehl ahl-koh-OHL?)
Een biertje/twee biertjes, alstublieft.
Una cerveza/dos cervezas, por favor (OO-nah sehr-BEH-sah/dohs sehr-BEH-sahs, pohr FAH-bohr)
Een glas rode/witte wijn, alstublieft.
Un vaso de vino tinto/blanco (oon BAH-soh deh BEE-noh TEEN-toh/BLAHN-koh)
Een halve liter, alstublieft
Una jarra de cerveza
… (alcohol) en … (mix).
… con …
Een fles, alstublieft.
Una botella (OO-nah boh-TEH-yah)
whiskey
whisky (WEES-kee)
vodka
vodka (BOHD-kah)
rum
ron (rawn)
water
agua (AH-gwah)
tonic water
agua tónica (AH-gwah TOH-nee-kah)
sinaasappelsap
jugo de naranja (HOO-goh deh NAH-rahn-hah)
Cola
Coca-Cola (refresco) (KOH-kah-KOH-lah (reh-FREHS-koh))
Heeft u ook bar snacks?
¿Tiene algo para picar? (TYEH-neh AHL-goh PAH-rah pee-KARH)
een toast!
¡Un Brindi! (oon BREEN-dee)
Nog eentje, alstublieft.
Otro/a …, por favor (OH-troh/ah pohr-FAH-bohr)
Nog een rondje, alstublieft.
Otra ronda, por favor (OH-trah ROHN-dah, pohr FAH-bohr)
Proost!
¡Salud! (sah-LOOD)

Winkelen

Hebt u dit in mijn maat?
¿Tiene esto de mi talla? (TYEH-neh EHS-toh deh mee TAH-yah?)
Hoeveel kost dit?
¿Cuánto cuesta? (KWAHN-toh KWEHS-tah?)
Dat is te duur.
Es demasiado caro (ehs deh-mah-MYAH-doh KAH-roh)
duur
caro (KAH-roh)
goedkoop
barato (bah-RAH-toh)
Dat kan ik mij niet veroorloven.
Es muy caro para mí (ehs MOO-ee KAH-roh PAH-rah mee)
Ik wil het niet.
No lo quiero (noh loh KYEH-roh)
U bedriegt me.
Me está engañando (meh ehs-TAH ehn-gah-NYAHN-doh)
Ik ben niet geinteresseerd.
No me interesa (noh meh een-teh-REH-sah)
OK, ik neem het.
De acuerdo, me lo llevaré (deh ah-KWEHR-doh, meh loh yeh-bah-REH)
Mag ik een tasje?
¿Tiene una bolsa? (TYEH-neh OO-nah BOHL-sah)
Ik heb … nodig
Necesito … (neh-seh-SEE-toh)
batterijen
pilas/baterías (PEE-lahs/bah-teh-REE-ahs)
iets tegen verkoudheid
medicamento para el resfriado (meh-dee-kah-MEHN-toh PAH-rah ehl rehs-FRYAH-doh)
condooms
preservativos/condones (preh-sehr-bah-TEE-bohs/ kohn-DOH-nehs)
pijnstillers
analgésico (Aspirina, Ibuprofeno) (ah-nahl-HEH-see-koh (ahs-pee-REE-nah, ee-boo-proh-FEH-noh))
een pen
una pluma/ un bolígrafo (OO-nah PLOO-mah/ oon boh-LEE-grah-foh)
postzegels
sellos (SEH-yohs)(Spanje)/estampillas (ehs-tahm-PEE-yahs)(Latin América)
een ansichtkaart
una postal (OO-nah pohs-TALH)
scheermesjes
una hoja/navaja de afeitar/rasuradora (machine) (OO-nah OH-hah/nah-BAH-hah deh ah-fay-TAHR/rah-soo-rah-DOH-rah)
shampoo
champú (chahm-POO)
zeep
jabón (hah-BOHN)
zonnebrand
crema solar (KREH-mah soh-LARH)
tampons
tampones (tahm-POH-nehs)
een tandenborstel
un cepillo de dientes (oon seh-PEE-yoh deh DYEHN-tehs)
tandpasta
pasta de dientes (PAHS-tah deh DYEHN-tehs)
een paraplu
un paraguas/una sombrilla (oon pah-RAH-gwahs/ OO-nah sohm-BREE-yah)
schrijfpapier
papel para escribir (pah-PEHL PAH-rah ehs-kree-BEER)

Onderweg

Ik wil een auto huren.
Quiero alquilar un coche (KYEH-roh ahl-kee-LAHR oon KOH-cheh) (Spanje)
Quiero alquilar un carro (KYEH-roh ahl-kee-LAHR oon KAHR-roh) (Zuid Amerika)
Kan ik het laten verzekeren?
¿Puedo contratar un seguro?
Stop
STOP (stohp) (Spanje)
ALTO (AHL-toh) (México)
PARE (PAH-reh) (Chili, Argentinië, Peru, Colombia, Puerto Rico)
Eénrichtingsstraat
dirección única (dee-rehk-SYOHN OO-nee-kah)
niet parkeren
no aparcar (noh ah-pahr-KAHR)
no estacionar (noh ehs-tah-syoh-NAHR)
snelheidslimiet
límite de velocidad (LEE-mee-teh deh beh-loh-see-DAHD)
velocidad máxima (beh-loh-see-DAHD MAHK-see-mah)
tankstation
gasolinera (gah-soh-lee-NEH-rah) (Spanje)
estación de bencina (ehs-tah-SYOHN deh behn-SEE-nah) (Chili)
estación de servicio (ehs-tah-SYOHN deh sehr-BEE-syoh) (Argentinië)
benzine
gasolina (gah-soh-LEE-nah) (Spanje)
bencina (behn-SEE-nah) (Chili)
nafta (NAHF-tah) (Argentinië)
diesel
gasóil/diésel (gah-SOIL/DYEH-sehl) (Spanje)
gasóleo/diesel (gah-SOH-leh-oh/DYEH-sehl) (Latijns Amerika)

Video

 

Bronnen

Spaanse-taal.netWikitravel Taalgids